woensdag 1 september 2010

Vallende rotsen, vallende appels. Welcome to Manali!

Hello again,

Na onze massage hebben we nog 2 uur onder een afdak staan wachten tot de regenbui over was. Daarna gingen we naar boven, het dorp in, om gezellig wat te eten. We zaten aan tafel met een luidruchtige Indier/Israeli die blijkbaar 's anderdaags op dezelfde bus als ons naar Manali ging zitten. Hij had in zijn gezelschap een chinees en een Schot met een duidelijke midlife crisis. Zijn plan was om de buschauffeur 100 roepie te geven en dan mocht je alles doen wat je wilde op de bus. In dit geval bier zwelgen en Ganja roken. Meer daarover later.
Na het eten kwamen de twee Duitse broertjes met ons nog een pintje drinken, maar gezien het een weekdag was, stonden de obers al redelijk vroeg aan onze tafel met de rekening en de boodschap dat het tijd was om het af te bollen. We deden dit dan maar, maar niet zonder eerst nog een pintje for the road te bestellen, die we aan de ingang van hun hotel gingen nuttigen.  We kregen al gauw gezelschap van de nachtwacht van het hotel. Deze mooie jongen met duidelijke homoseksuele neigingen kwam ons gezelschap houden, ons bier leeg drinken en onze sigaretten oproken.  Toen de jongste van de twee Duitsers een sigaretje rolde, kon het niet anders of hier zat Ganja in. Ze bleven er maar van roken op allerhande manieren in de hoop high te worden, zelfs al hadden we hen met handen en voeten uit proberen te leggen dat er slechts tabak inzat.
Een weinig later kwam er een kordate hoge pief van het leger zeggen dat het tijd was om naar huis te gaan. Mijn 'nog 5 min en we zijn weg'  werd dreigend afgebromd en dus kozen we maar het hazenpad.
's Anderendaags voelde ik me niet opperbest. Desalniettemin maakten we een wandeling naar het Tushida Meditation Center, helemaal boven op een berg.  Hier kon je een week verblijven en mediteren over wat jij al in je leven bereikt had. Het zag er wat uit als een gebouw waar je met de chiro op kamp gaat.  Dra waren we weer weg... Mijn status ging van niet zo opperbest naar slecht en we namen een riksja naar het museum van Tibet, waar we de middagvoorstelling van 15.00 konden meepikken.  Ondertussen was ik aan het rillen over heel mijn lijf.  Na de film trokken we snel naar het hotel, waar we eigenlijk al uitgecheckt waren. Men had toch medelijden met mij en bood me een bed in de gemeenschappelijke slaapzaal aan. Ik nam het medicijn dat Meera me in Delhi had meegegeven en dat tegen alles werkt. Enkele druppels in water innemen. Het smaakte alsof je vicks aan het drinken was, maar gaf onmiddellijk een warm gevoel van binnen. Na twee uurtjes was ik een beetje beter. We gingen een Tibetaans soepje eten en trokken daarna naar de bus.
Onze bus, die zo lek als een zeef was waardoor je overal waar je zat kleddernat werd, trok de bergen in. Zoals gezegd waren onze Israelische broeders ook aanwezig en zij maakten er - althans voor hen - een waar festijn van.
Rond 02.00 hield de bus halt. Beeld je je een rotswand van honderden meters hoog in. Door de regen was deze beginnen verschuiven en enorme rotsblokken ramden een rijdende wagen. De chauffeur wou, om niet met auto en al in de ravijn/river te belanden gauw uit zijn wagen springen. De rotsen waren sneller, waardoor hij tussen de deur, de auto en de reling van de ravijn vast kwam te zitten. 1.5 uur later werd hij, bloedend als een rund aan beide benen bevrijd uit zijn netelige situatie.  Wij waren met enkelen de bus uitgestapt om te gaan kijken, en plots hoorden we een geluid alsof de aarde openscheurde. Een nieuwe lading rotsblokken viel van de berg omlaag. Door de donker wisten we niet vanwaar dat kwam. Ik ben in mijn leven nog nooit zo bang geweest, en heb nog nooit zo hard gelopen als toen. Of zoals Annelies zei: 'Ik dacht dat we eraan waren.'
Nadat een nieuwe bulldoser kwam (eentje die wel vooruit kon rijden) en de weg vrijmaakte, konden we weer verder. Althans voor 200 meter... Op verschillende plaatsen was de berg omlaag gevallen, wat voor redelijk wat oponthoud zorgde. 6 uur later dan voorzien kwamen we aan in Manali, de drugsdraaischijf van Indie. Hier komen Israeli's na hun legerdienst uitrusten en rustig wat blowen. Hier groeit de cannabis overal, waardoor je een constante geur hebt alsof je op de camping van Rock Werchter zit. Thans is dit wel een rustig en mooi plekje om te vertoeven. Overal waar je kijkt zie je mooie bergen, rustige kronkelende straatjes en aardige mensen
We rustten wat uit, gingen met Isabel - Belgisch meisje van de guesthouse - een koffietje drinken en legden een trektocht naar de waterfall (waar je achterdoor kan gaan) en de hotsprings vast.
Hopelijk snel daarover meer!

groetjes
Simon & Annelies

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen